Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS9538

Datum uitspraak2005-03-09
Datum gepubliceerd2005-03-10
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200407505/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 6 januari 2004, verzonden op 13 januari 2004, kenmerk B200317438/B200400343, heeft verweerder het verzoek van appellant om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Café-restaurant De Ster Nieuwkuijk B.V." op het perceel Nieuwkuijksestraat 75 te Heusden afgewezen.


Uitspraak

200407505/1. Datum uitspraak: 9 maart 2005. AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Heusden, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 6 januari 2004, verzonden op 13 januari 2004, kenmerk B200317438/B200400343, heeft verweerder het verzoek van appellant om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Café-restaurant De Ster Nieuwkuijk B.V." op het perceel Nieuwkuijksestraat 75 te Heusden afgewezen. Bij besluit van 24 augustus 2004, verzonden op 30 augustus 2004, kenmerk B200400554/B200411486, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 5 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 7 september 2004, beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. Partijen hebben schriftelijk toestemming gegeven om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Gelet hierop en nu overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die zich hiertegen verzetten, doet de Afdeling uitspraak met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Overwegingen 2.1. Appellant heeft bij brief van 19 januari 2005 medegedeeld dat hij, nu verweerder alsnog een last onder dwangsom heeft opgelegd ten aanzien van "Café-restaurant De Ster Nieuwkuijk B.V." en zijn besluit tot afwijzing van zijn handhavingsverzoek heeft ingetrokken, geen ander belang meer heeft bij een uitspraak dan het gelasten van verweerder tot restitutie van het door hem betaalde griffierecht. 2.2. Nu, afgezien van de vraag of aanleiding bestaat om verweerder tot restitutie van het door appellant betaalde griffierecht te gelasten, kennelijk geen belang meer bestaat bij een beoordeling van het bij beroep bestreden besluit, dient het beroep wegens het vervallen van procesbelang niet-ontvankelijk te worden verklaard. Met betrekking tot de vraag of aanleiding bestaat om verweerder tot restitutie van het door appellant voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht te gelasten overweegt de Afdeling dat moet worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder de reden voor het vervallen van het procesbelang, grond is gelegen om over te gaan tot deze gelasting. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan de appellant tegemoet is gekomen, in welk geval, ook indien het beroep is ingetrokken, met toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht een dergelijke gelasting mogelijk is. 2.3. De Voorzitter heeft, beslissend op het verzoek van appellant om het treffen van een voorlopige voorziening, het besluit van verweerder tot afwijzing van het handhavingsverzoek van appellant geschorst. In verband hiermee heeft verweerder voornoemd besluit ingetrokken en (alsnog) een last onder dwangsom opgelegd aan "Café-restaurant De Ster Nieuwkuijk B.V.". Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. 2.4. In verband met het vorenoverwogene ziet de Afdeling aanleiding verweerder te gelasten aan appellant het betaalde griffierecht te vergoeden. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk; II. gelast dat de gemeente Heusden aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat. w.g. Konijnenbelt w.g. Van Leeuwen Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2005. 373.